Als fietsen en fotograferen niet meer lukt wegens innerlijke dwarsigheid kun je natuurlijk bij de pakken neer gaan zitten, een psychiater raadplegen of een pilletje nemen. Maar dat zijn dingen die allemaal nogal voor de hand liggen dus daar hoef je bij mij niet mee aan te komen.
Een list moeten we hebben, en nog een goeie ook want het is knap mis de laatste tijd. Als we nou eens van een nadeel een voordeel maken en dat dan bij voorkeur op een creatieve manier doen. Wat een verschrikkelijk goed idee en hoe heb ik het met mijn eigen weerbarstige rotkop kunnen verzinnen.
Weet je wat, ik ga al mijn schilderijen opnieuw fotograferen. Lukt dat dan wel als buiten fotograferen niet lukt? Ja, dat lukt wel. Is het ook nog ergens goed voor? Ach, het helpt vast wel tegen de verveling. Met moeite en niet voor lang weliswaar maar dat geeft niks want van het een komt vanzelf weer het ander. En dat gaat ongeveer als volgt.
Tijdens het fotograferen van een paar oude schilderijen ontdek ik onafgemaakte meesterwerken. Van onafgemaakte meesterwerken moet je eigenlijk afblijven want dat klinkt heel erg interessant, een onafgemaakt meesterwerk.
Maar ik ben niet bang van een beetje hoogmoed, heb lak een elke god en elk gebod dus pak ik een penseel en schilder een deur in een blinde muur. Dan maar geen meesterwerk, dat schilderij moet gewoon een keer af en verder geen gezeur.
Ik vind ook nog een enorm windmolenpark zonder wieken en schilder wieken tot het me draait voor de ogen. Heel fijn en alles goed en wel, het afwerken van al die ouwe troep maar nu heb ik zin om weer eens wat nieuws te maken.
Ik heb eigenlijk wel trek om weer eens zoiets te schilderen als Kwetteren, nog steeds mijn lievelingsschilderij, maar dan van een bestaand landschap. Zuid-Limburg lijkt me een goed idee, die heuvels beheers ik al een beetje en de rest verzinnen we er al schilderend wel bij.
En zo ontstaat in een handomdraai, en dat schrijf ik echt niet om op te scheppen, het schilderij Geuldal bij Epen. En de schilder keek ernaar en zag dat het goed was. Dat is nou mijn scheppingsverhaal en je zou zo weer op vakantie willen naar het zuiden.
Een nadeel heeft snel schilderen trouwens ook: voor je het weet ben je klaar en moet je weer verder gaan met dat akelige vervelen. Ik hou niet zo van vervelen en begin dus gewoon aan het volgende schilderij. Hatseflats, lekker modern en abstract en ik smeer zwierig met mijn kwast over mijn schilderijtje tot de verf in mijn baard zit.
He, wat jammer nou, het is best een mooi schilderij geworden maar hoe ik het ook draai of keer, ik kan er geen touw aan vastknopen. Modern en abstract is prima maar ik hou er niet van als ik ergens niets, maar dan ook echt helemaal niets, in kan zien.
Na een nachtje rusteloos slapen besluit ik dat de groene slierten toch maar gras zijn en om dat nooit meer te vergeten zet ik er een aantal kevertjes op en noem het schilderij Klimmende kevers. Strikt genomen is dat niet juist, er zit namelijk ook een vuurwants tussen maar dat zal niemand zien omdat ik hem een ander jasje aan heb getrokken.
Na klimmende kevers voelt het opeens alsof ik Texel op een achterbakse manier in de kou heb laten staan. Texel, mijn lievelingsvakantieeiland, hoe kon ik je vergeten. Snel schilder ik Texel zoals ik het me herinner en alweer kijkt na afloop de schilder toe en ziet dat het goed is. De titel zal niemand verrassen: Waddeneiland Texel.
Ook weer met een foutje trouwens. Het kerkje van Den Hoorn staat verkeerd om maar dat mag want als ik zelf mijn eigen wereld schep ben ik een inval-God en mag doen wat ik niet laten kan. De achterkant van het witte sprookjeskerkje is ook mooi maar de voorkant is veel makkelijker te schilderen, vandaar.
En zo maken we van een groot nadeel (niet kunnen fietsen en fotograferen want effe een beetje dwars in hoofd, schouders, knie en teen) toch weer een feestelijk en kleurig voordeel (schilderijen maken waar ikzelf in elk geval behoorlijk gelukkig van word). Schilderen heeft trouwens nog een voordeel: je hoeft er niet voor naar buiten en dat kan de laatste tijd beslist als een positieve bijkomstigheid beschouwd worden.
Vrijdag de dertiende. Een dag om heel stil onder je dekbed te blijven liggen en pas om twaalf uur 's nachts weer opgelucht adem te halen als de kerkklok de mogelijke rampspoed voorgoed weggeslagen heeft.
Maar dat houdt een mens niet vol, die is immers van nature nogal rusteloos en moet dus allerlei onzinnige dingen doen. Zoals bijvoorbeeld massaal op en neer bewegen van A naar B en weer terug, eindeloze files of niet. Ik ook, behalve dan dat met die files.
Behoedzaam steek ik het juiste been als eerste onder het dekbed vandaan en trap niet in een punaise of op mijn eigen bril. Ik voel me een beetje slap en draaierig maar dat had ik gisteren ook al. Niets dus om je in het kader van vrijdag de dertiende extra zorgen over te maken.
Geen vullingslopend steentje in brood of pindakaas en verder gebeurt er ook niets. Helemaal niets. Best saai eigenlijk, tijd dus voor wat meer avontuur. Groente halen met de Quest dan maar, eens kijken of ik dat ook weet te overleven.
Tot aan het schrijven van dit stukje is me dat heel aardig gelukt maar je weet natuurlijk nooit hoe zo'n dag verder verloopt. Er kan nog van alles op je pad komen, zelfs als je je heel stilletjes in je eigen huisje verstopt.
Voor de mol die ik onderweg tegenkom heeft vrijdag de dertiende al veel eerder op de dag een ongelukkige wending gekregen. Die had zich mogelijk een hoop ellende kunnen besparen door stil in zijn eigen huisje te blijven zitten. Het lijkje is heel erg dood maar vooral ook heel erg vers en dus geheid van vandaag, vrijdag de dertiende. Op een morbide manier feestelijk versierd met zijn eigen ingewanden.
Als kersverse fotograaf van mollenlijkjes, men moet af en toe de grenzen een beetje verleggen, heb ik dan juist weer geluk. De mol is morsdood maar nog helemaal niet plat als ik de eerste foto's schiet. Dat niet-plat-zijn duurt echter niet lang en voor ik er erg in heb word ik de berm ingeblazen door een kleine karavaan van vrachtauto's, campers en gelikte leasebakken.
Het gebeurt allemaal in het dichtbevolkte Kolderveense Bovenboer. Waar komen ze vandaan met zijn allen en waar moeten ze naar toe. Niet naar Nijeveense Bovenboer in elk geval, daarvoor moet je juist de andere kant op.
Flets, flets, flats klinkt het als al die wielen ritmisch over wijlen de mol heen denderen en mijn maag draait zich een beetje om. Als ik weer durf te kijken is mol voorgoed uit zijn jasje geholpen en al bijna één geworden met het asfalt. Ik haat auto's, was dat al voldoende bekend eigenlijk?