wanneer de heer met sterke tred
het rijwiel in beweging zet
verneemt hij hinder in z'n spel
een broekspijp in de knel
wie zou, dit ziende
verbazen dat men griende
niet over de ellende van de man
maar omdat men zich bescheuren kan
een wonderlijk masjien rijdt daar
als automaat
zo goed en kwaad
als het nog gaat
probeert hij zijn gezicht en gewicht te bewaren
wat beweegt nu wie
de knie de fiets, of de fiets de knie
al wat ik weet is dat ik zie
en lach en huil
dat lijkt te vuil
want ieder die zo voortbeweegt
voelt zich volstrekt belachelijk
heel onbeleeft
om dan te lachen wat men kan
* * *